In aanloop naar de documentaire

Tijdens de researchfase voor onze documentaire hebben we met heel veel verschillende mensen gesproken, waaronder natuurlijk heel veel Storkianen. Op verschillende bijeenkomsten, op verschillende locaties. Zo ook in Paviljoen de Ontmoeting, midden in het Prins Bernhard Platsoen in Hengelo. Deze ontmoeting met Storkianen heeft de basis gelegd voor de keuzes die we voor de documentaire hebben gemaakt.

Storkianen bij Paviljoen de Ontmoeting, najaar 2017

Deze  bijeenkomst bij de Ontmoeting heeft ons inzicht gegeven in de trots van de Storkianen én de impact die de kandelaars hebben gehad  als cadeau voor alle Storkianen tijdens het 100-jarig jubileum in 1968.

 

 

De Droom van Stork

“STORK, meer dan machines”
Vertelt het verhaal over een ondernemer die zijn droom realiseert, over zijn bedrijf dat uiteenvalt en over een hoopgevend toekomst.

Stork Schaverij in 1912, herkomst foto: het geheugen van Nederland

 

Charles Theodoor Stork heeft een droom: een bijdrage leveren aan een betere wereld. Dat is zijn doel.
En Machinefabriek Gebr. Stork&Co in Hengelo is het middel om dit doel te realiseren. Het is 1868 als de fabriek wordt geopend en Stork daarmee een stevig fundament legt onder de Twentse maakindustrie.
In de 150 jaar die daarop volgen zullen zowel C.T. Stork, als zijn nazaten blijven werken aan een betere wereld.
Stork is een sociaal ondernemer met veel voorzieningen voor de arbeiders: de Storkianen.
Rond het 100 jarig bestaan van Stork komen er scheuren in de droom en in de bijzondere relatie tussen Stork en de Storkianen.
Het is het moment van de “kantelende kandelaars”.
Alles verandert.
En de droom van Stork?
Die blijft.
Ook in 2018 wordt er in de Twentse maakindustrie gebouwd aan een betere wereld.

Oorsprong van de Twentse maakindustrie

Engbertsdijkvenen, foto: Canon van Overijssel

Twente is in het midden van de 18e eeuw relatief arm.  De grond is niet of nauwelijks ontgonnen.   Natuur, water, veen.  Een desolaat gebied.

Voor onze documentaire zijn we op zoek gegaan naar een gebied waar we kunnen filmen om zo dicht mogelijk bij het Twentse landschap van die tijd te komen. Op advies van Jan Bornebroek zijn we uitgekomen bij de  Engbertsdijkvenen

Een uitgestrekt hoogveengebied met levend en herstellend hoogveen en heide, nabij Kloosterhaar. Een restant van het grootste hoogveengebied dat ooit het noordoosten van Nederland bedekte. Het veengebied ontwikkelde zich na de laatste ijstijd, meer dan 10.000 jaar geleden. In de 15e eeuw begonnen de monniken van het klooster in Sibculo met de afgraving van dat veen. Ooit was meer dan de helft van ons land bedekt met ondoordringbaar hoogveen. In de laatste paar eeuwen is bijna al dit hoogveen afgegraven voor de winning van turf, het zogenaamde ‘bruine goud’. Nu maakt dit gebied deel uit van Natura 2000, het Europees netwerk van beschermde natuurgebieden.

In goed overleg met boswachter Jeroen van Staatsbosbeheer hebben we prachtige opnames kunnen laten maken. Laat je verrassen in de eerste twee minuten van onze documentaire.

Omgeving Engbertsdijkvenen, foto Truus Wijnen

De speech van 1873

In 1873 is de 100e machine een feit. En ondanks het feit dat Stork in de eerste 10 jaar van het bestaan van de machinefabriek in Hengelo nog geen cent winst maakt, is dit voor hem wel reden voor een feest!  Daar zit ook een bijzondere kracht van Stork: successen vier je samen!

Op Zaturdag (let op de spelling) 31 mei 1873 is er een bijvoegsel bij de Volkscourant voor Twenthe:

In deze krant is ook te lezen dat C.T. Stork deze gelegenheid heeft aangegrepen om zijn arbeiders, zijn Storkianen toe te spreken. De speech staat grotendeels afgedrukt in de krant.

Stork heeft de speech dus in het Twents uitgesproken. Helaas is daarvan geen beeld- of geluidsopname bewaard gebleven.

Wij hebben eens nagedacht over die speech in het Twents. In onderstaand geluidsfragment spreekt Johanna ter Steege de eerste paar regels van de speech uit. In het Twents. Vrij vertaald door Ingrid Kleinsman.

Het zou maar zo ongeveer op deze manier geklonken kunnen hebben:

Middel tot Geluk

Charles Theodoor Stork wordt in 1822 geboren in Oldenzaal en overlijdt in 1895 ook in Oldenzaal. Zijn droom, een bijdrage leveren aan een betere wereld, is dan deels al gerealiseerd maar zal pas na zijn dood echt tot wasdom komen.
Dat komt doordat zijn nazaten het werk van C.T. voortzetten.  Misschien zijn de kinderen daartoe wel extra gemotiveerd geraakt toen zij in 1895, na het overlijden van hun vader, dit gedichtje vonden bij zijn persoonlijke spullen:

“Middel tot geluk”, heet het gedicht van Jan van Walré (1759 – 1837)
Waarom vertelt dit kleine gedicht ons eigenlijk zo veel over C.T. Stork?
We vragen het aan Carla Borgers, dominee van de Doopsgezinde kerk in Twente.

 

Een mooie manier om te duiden dat Doopsgezinden liberaal zijn in hun gedachtegoed.
En hoewel C.T. Stork zelf Nederlands Hervormd gedoopt is, voelt hij zich waarschijnlijk erg thuis bij de Doopsgezinden. Want eigen verantwoordelijkheid wordt door C.T. Stork met hoofdletters geschreven. En dat geldt niet alleen voor C.T. Stork, maar volgens Jaap Scholten, één van zijn nazaten, geldt dat voor veel meer familieleden.

In zijn boek Horizon City  schrijft Jaap: “Ik heb nog nooit een levend familielid kunnen betrappen op enige devotie, of zelfs maar kerkbezoek, maar wel zie ik bij vrijwel alle familieleden sporen van de doopsgezinde cultuur: het streven naar onafhankelijkheid, een sterke gemeenschaps- of familiezin, afkeer van grote woorden en een heimelijk verlangen tot clanvorming”.

 

Stap zelf in het leven van C.T. Stork

In 1888 schrijft C.T. Stork zijn memoires:

Stork vertelt met name over zijn ervaringen als fabrikant en lid van de Eerste Kamer der Staten Generaal.  Daarnaast geeft hij ons een mooie inkijk in zijn persoonlijke leven en daarmee in de tijd waarin hij leeft en de dromen die hij heeft.  Stap hier in het leven van C.T. 

de Bornse smid Meijling

Stork heeft in zijn textielfabrieken af en toe problemen met de productie. Soms gaat een relatief simpel onderdeel kapot en staan zijn weefgetouwen stil. Soms duurt het wel zes weken voordat het onderdeel uit Engeland aankomt. Stork heeft er genoeg van. Daarom spoort hij zijn jongere broer,  Coenraad Craan Stork aan om samen met de smid Jan Meijling in Borne  een werkplaats in te richten voor de reparatie van machines voor de textielindustrie. In 1859 start Stork, Meijling & Co in Borne.

De werkplaats van Stork en Meijling in Borne, foto: Canon van de techniek in Overijssel

Het is in de eerst jaren van haar bestaan moeilijk voor het bedrijf om het vertrouwen van de Twentse textielfabrikanten te winnen.  Door de grote stadsbrand van 1862 in Enschede komt daar verandering in. Opeens komen de orders, misschien wel noodgedwongen, ook uit Enschede en groeit het bedrijf.  In 1863 overlijdt Coenraad Craan op 34 jarige leeftijd. Daardoor gaat Charles Theodoor zich, misschien ook wel een beetje noodgedwongen, met de smederij bemoeien.  Jan Meijling is meer smid dan ondernemer en ziet niets in de grootste plannen van Charles Theodoor. Hij gaat weer “terug” naar zijn eigen smederij.

In 1864 wordt Gebr. Stork & Co opgericht. In 1868 verhuist Machinefabriek Gebr. Stoek & Co naar Hengelo.

Een bijzondere Storkiaan

voorste rij: derde van rechts: Gerard Löbker

In de afgelopen 150 jaar zijn er heel wat Storkianen “geboren”. Mannen en vrouwen die werken voor Stork én zich verbonden voelen met Stork. Een wel heel bijzondere Storkiaan is Gerard Löbker. Inmiddels in dienst van Siemens, maar op 4 september 1978  aangenomen door Stork. Gerard is een verzamelaar van alles wat met Stork te maken heeft en mede-auteur van het boek Bij STORK  

Het boek is inmiddels klaar. En Gerard…

Kantelende kandelaars

Wanneer Machinefabriek Gebr. Stork & Co in Hengelo 100 jaar bestaat wordt dat groots gevierd. Het budget voor het eeuwfeest is  fl.1.000.000,00 en heel Hengelo viert mee.

In het televisieprogramma Van Gewest tot Gewest wordt ruim aandacht besteed aan de feestelijkheden in de metaalstad.

Het verhaal van de kandelaars is een bijzonder verhaal.  Het is het verhaal over een jubileum, over een cadeau en over de verwijdering die in het 100-jarig bestaan van de fabriek is ontstaan tussen de familie Stork en de Storkianen.

Gijs Stork (kleinzoon van Frans Stork die in 1968 directeur was van de fabriek) vertelt over de kandelaars.  Het verhaal van Gijs wordt ondersteund door Frits Wevers en Gerrit Noordink, Storkianen die in 1968 bij Stork een bijzonder cadeau krijgen…

 

Ook Tiny Kissing werkt in 1968 bij Stork. Zij heeft haar eigen herinnering aan dit bijzondere jubileum geschenk.

 

Hengelo is Stork

C.T Stork vestigt in 1868 de Machinefabriek Stork & Co in Hengelo, pal naast de spoorlijn waar hij zelf hard voor had gelobbyd. Stork, zijn zonen en kleinzonen werken vanaf die tijd aan de ontwikkeling van de stad. Naast het spoor komt er een Tuindorp, een zwembad, een sanatorium, een bibliotheek en Het Verenigingsgebouw.

Ton Schaap, stedenbouwkundige aan het woord over de invloed van Stork op de ontwikkeling van Hengelo.

Een reisverslag van Niels Bakker

Niels Bakker is stadsarchivaris van Hengelo én enthousiast freelance reisjournalist. Niels is altijd op zoek naar Stork, over de hele wereld.

Ruim 13.000 kilometer van Hengelo vind hij Stork in Swaziland. Hij doet zelf verslag.

 

Tuindorp het Lansink

1911: Het Tuindorp in aanbouw

 

Het Tuindorp van Meneer Coen

tekst: Niels Bakker

C.T. Stork begon in Hengelo met het opzetten van wat kleinschalige bouwprojecten om verzekerd te zijn van onmisbare arbeidskrachten.
In die zin kan de grondlegger van de machinefabriek ook als grondlegger van het latere Tuindorp ’t Lansink worden gezien, maar verreweg de meeste eer komt zijn jongste zoon Coenraad Frederik (C.F.) toe. ‘Meneer Coen’ zou de grote man achter het Hengelose tuindorp worden.
Hoezeer Coen Stork, die zijn vader zeer bewonderde, betrokken is geweest bij ‘zijn’ tuindorp, bleek wel tijdens de onthulling van de plaquette ter ere van hem in 1937. De plaquette was een initiatief van de Kern, die voor de begrafenis van hun populaire directeur zóveel geld had ingezameld, dat er genoeg over was voor een monument. Tijdens de onthulling daarvan, midden in het tuindorp, kwamen sprekers bijna woorden tekort om het ‘warme hart’ van de directeur voor ‘t Lansink te benadrukken.
C.F. had zich, voor hij aan de tuindorp-exercitie begon, allereerst goed laten informeren met betrekking tot huisvestingsproblematiek. Hij ging bijvoorbeeld naar lezingen over dit thema, maar stelde als typische Stork directeur ook een woningcommissie samen uit zijn arbeiders.
Het plan om in Hengelo een tuindorp te gaan stichten, begon bij hem pas echt te rijpen nadat hij in Essen de Margarethenhöhe van Krupp en in Engeland de tuindorpen Port Sunlight in Liverpool en Bournville had bezocht. Vooral Port Sunlight was een opmerkelijk project van sociale woningbouw avant la lettre. Dit fraaie tuindorp vlakbij Liverpool, was een initiatief van de zeepfabrikanten Lever Brothers, een van de voorlopers van het latere Unilever. Coen Stork zag daar met eigen ogen hoe voortreffelijk dit 19e-eeuwse woningbouwproject was geslaagd.
Het kan bijna niet anders of Port Sunligth moet indruk hebben gemaakt, maar ook de woningbouw activiteiten van Jaques van Marken waren de Storken natuurlijk niet ontgaan. Van Marken was als sociaal ondernemer van de Koninklijke Gist- & Spiritusfabriek in Delft bevriend met, en nauw geestverwant aan de Stork familie. Het Agnetapark, het tuindorp van van Marken in Delft, heeft naast Port Sunlight dan ook ongetwijfeld als lichtend voorbeeld gediend voor het tuindorp plan van Stork.

Port Sunlight

Tenslotte:
Nog een klein portret van Tuindorp het Lansink waaruit blijkt dat deze populaire wijk van Hengelo een prachtige toekomst voor zich heeft.
Aan het woord is Harry Rupert, directeur bestuurder bij Welbions: de woningcorporatie die een fusie is van meerdere verenigingen, waaronder de oorspronkelijke woningbouwcorporatie van Stork.

De Wilhelminaschool

Werkplaats in de Wilhelminaschool

 

De Wilhelminaschool is een begrip in Hengelo, een begrip in Twente.
Onderstaande originele film “leerling bij Stork” is uit het begin van de vorige eeuw en geeft een prachtig tijdsbeeld. Eigenlijk moet je voor deze film van bijna 20 minuten gewoon eens even rustig gaan zitten:

Video: Leerling bij Stork 

In onze documentaire vertelt Jan Wilmink ook over de Wilhelminaschool. Wanneer je van de Wilhelminaschool komt, dan kun je dus wel wat.
Daar wordt je gevormd, als technicus, maar ook als mens.
Daarover vertelt oud-leerling Henk van Aken een bijzondere anekdote:

 

En zo was dat!  Een leraar met een bokshandschoen zul je nu niet snel meer voor de klas aantreffen. In de Wilhelminaschool kan dat ook niet meer. Die bestaat niet meer. Maar het C.T. Storkcollege wel!
In september 2018 opent in Hengelo deze technische opleiding als eerbetoon aan C.T. Stork. Ook hier worden jongens en meisjes gevormd voor de toekomst: als technicus en als mens. Nu zonder bokshandschoen.

docententeam van het nieuwe C.T. Stork College

 

 

Samenwerking en wederkerigheid

C. T. Stork deelt  in zijn “Herinneringen en Wenken” zijn visie op de maatschappij en hoe hij denkt dat je het beste een bijdrage kan leveren om deze maatschappij te verbeteren.

Een citaat:

“Ik ben overtuigd, dat degenen die het meest doen om het zedelijk en stoffelijk belang hunner arbeiders te leren kennen en te bevorderen, op den duur ook de beste zaken doen. De kracht eener enigszins uitgebreide industriële zaak bestaat behalve in een goede leiding, in vlijtige, oppassende arbeiders. Daarom zou ik het zo nuttig vinden dat in elke fabrieksplaats een Vereeniging gevormd werd, waar men op gezette tijden debatteerde. Niet over het belang van den fabrikant alleen, ook niet over het belang van den arbeider uitsluitend, maar over het gemeenschappelijke belang van beide. Men neme de proef en zal verrassende uitkomsten verkrijgen!”

Charles Theodoor gelooft in echte samenwerking en wederkerigheid. En dat geldt niet alleen voor hem, maar ook voor zijn zonen, klein- en achterkleinzonen.

En dus bouwen de Storken een fabrieksschool, een zwembad, een bibliotheek, een verenigingsgebouw en een compleet Tuindorp. Ze bouwen aan een pensioenfonds, een ziekenfonds en een ondernemingsraad. Het begint al aardig te lijken op die ideale fabriek, die ideale maatschappij.

 

De Uitvinders

C.T. Stork was 14 jaar toen hij met zijn eerste bedrijfje begon.
Zijn zoon D.W. Stork was 17 jaar toen hij in 1872 in dienst kwam van het bedrijf van zijn vader.
Ook tegenwoordig zijn er nog bijzondere voorbeelden te vinden van kinderen die al heel jong worden “opgenomen” in het familiebedrijf.

Bijvoorbeeld bij Schildersbedrijf gebroeders van der Geest in Enschede. Een innovatief familiebedrijf uit 1922.  Bas van der Geest, één van de huidige directeuren, vertelt enthousiast over hun eigen innovatie en de belangrijke rol die zijn beide kinderen daarbij spelen:

 

 

Annemieke Weeft

Annemieke Koster is oprichter en eigenaar van Enschede Textielstad, een weverij van duurzame stoffen. Op haar manier werkt Annemieke aan een betere wereld, een beetje in de geest van Stork. Hier haar verhaal: